Van de week zit ik met kinderen van een groep 8 in het Amsterdams Historisch Museum. Het is een lieve, witte klas. Er zit één moeilijke jongen in de klas, Mohamed. Hij is het enige kind van niet Nederlandse komaf. We hebben al twee keer een aanvaring gehad. Hij wilde zijn jas niet uitdoen vandaag. Hij heeft het koud. Hij moet toch, zoals iedereen zijn jas uit.

We gaan zitten bij Anatomische les van Dr. Joan Deyman van Rembrandt.

De-anatomische-les-van-Dr.-Deijman-1

Het schilderij maakt, zoals steeds, grote indruk op de kinderen. ‘Ieuw meester, wat vies.’ Gilt een meisje. ‘Meester wat is dat rooie, heeft hij rood haar?’ Vraagt een jongen. ‘Nee joh, dat zijn zijn hersenen.’ Gilt het meisje. ‘Gatverdamme.’

De klas kalmeert en we gaan voor het schilderij zitten. Ik vertel over Rembrandt en hoe fantastisch die voeten uit het schilderij lijken te steken. ‘Die dode man is Zwarte Jan, hij was een Belg en een moordenaar en ter dood veroordeeld. Nadat ze hem hadden dood gemaakt gingen ze hem onderzoeken.’ Ik vertel over de Waag op de Nieuwmarkt, waar in de gouden eeuw publieke lijkschouwingen werden gehouden. We hebben het erover dat er ooit iemand als eerste in mensen ging snijden om te kijken wat er in ons zit, en dat dat fijn is, omdat je daarom nu naar het ziekenhuis kunt als er iets met je is.

Mohamed doet niet echt mee aan het gesprek. Hij zit stil te kijken.

‘Meester, wat is dat gat in zijn buik?’ roept een heel klein jongetje.

‘De dag voordat Rembrandt naar de Waag ging om een schets voor dit schilderij te maken, hadden ze zijn buik al leeggehaald.’ antwoord ik.

‘Gadverdamme meester.’

‘Die voeten zijn het dichtst bij ons, en dan, via die witte doek. kijk je in dat gat en dat leidt onze blik omhoog naar zijn gezicht en dan naar zijn ……’

‘Meester, die ogen!’ roept Mohamed plots. Hij springt op. ‘Die ogen. Het is alsof de Dood je aankijkt.’

En daar sta ik. Altijd gedacht dat het om die hersenen ging. Maar Mohamed heeft gelijk. Het gaat om die ogen, om de Dood in die ogen. Alsof je de Dood in de ogen kijkt.

De kinderen zijn er stil van. Ik ook.

‘Kom’, zegt Mohamed ‘we gaan hier weg.’

En dat doen we.

Stilletjes.